|
Inteelt, lijnteelt en outcross
De keuze van een reu
In de hondenfokkerij
maakt men gebruik van verschillende manieren om een eigen
kennel op te zetten; een eigen lijn te creëren, of in stand
te houden. Dat kan een bewuste keuze voor inteelt, lijnteelt
of outcross zijn. Om te beginnen moet men zich er van bewust
zijn dat fokken nooit zonder risico’s gaat. Een goede kennis
van de bestaande lijnen en de erfelijke eigenschappen – de
goede én de slechte - binnen die lijnen is noodzakelijk.
Binnen het Witte Herderras is de verwantschap groot, zeker
in Europa. Gelukkig worden de fokkers zich steeds meer
bewust van de noodzaak om de opgedane kennis met elkaar te
delen. In het verleden is gebleken hoe belangrijk het is om gebruik
te maken van de kennis van ervaren fokkers. Hoewel inteelt
niet meer is toegestaan is het toch goed iets meer te weten
over deze drie vormen van fokken en de voor en nadelen te
kennen. Zoals gezegd is in Nederland inteelt niet meer
toegestaan. Dit is een landelijk beleid waarin men streeft
naar eenheid in de Nederlandse hondenfokkerij en naar het
terugdringen van de malafide fokkerij. Men dringt aan om
lijnenteelt met grote restrictie toe te passen en op het
bevorderen van de verbreding van de genenpool. Het houdt in
dat er een zo’n groot mogelijk aantal reuen wordt ingezet
voor de fokkerij om het genenpakket te verbreden. Ook het
aantal dekkingen van de reuen (bij de ZWH) is drastisch
teruggedrongen tot 4 dekkingen per jaar. In de meeste Europese landen is inteelt bij
de Witte Herder geen optie meer en dringen de
rasverenigingen er op aan zich hiervan te onthouden, hoewel
deze vorm van fokken nog steeds wordt toegepast. In Amerika
en Canada is er geen restrictie wat betreft het toepassen
van inteelt, hoewel men ook daar streeft naar een grotere
diversiteit in het ras en inteelt zo goed als niet meer
wordt toegepast.
Inteelt
Het is belangrijk een nauw omschreven
definitie te hebben van het begrip inteelt. Men gaat er van
uit dat inteelt een paring is van twee honden die nauwer met
elkaar verwant zijn de gemiddelde dieren binnen een ras.
Paringen van vader/dochter, moeder/zoon,
halfbroer/halfzuster of grootvader/kleindochter vallen onder
het begrip inteelt. Men kan er van uit gaan dat bij honden
die binnen vier generaties geen gemeenschappelijke
voorouders hebben er geen sprake is van inteelt. Paringen
met minder verwante dieren worden gezien als lijnteelt.
Hoewel bepaalde resultaten sneller zullen worden verkregen
met inteelt en een bepaald doel eerder zal worden bereikt,
kan inteelt ook gevaarlijker zijn. Niet alleen de goede,
maar ook de ongewenste eigenschappen zullen intensiever naar
buiten treden. Ook geldt dat bij een succesvolle inteelt de
lijnteelt minder succesvol kan zijn. Hoe nauwer de
verwantschap van de honden, des te hoger is de graad van
inteelt en des te groter het risico dat de fokker neemt. De
meeste ongewenste genen zijn recessief en blijven over het
algemeen verborgen. Bij inteelt wordt de kans dat deze genen
aan de oppervlakte komen aanzienlijk vergroot, met alle
gevolgen van dien. Dit geldt voor de goede én voor de
ongewenste eigenschappen. Komen de goede eigenschappen sterk
naar voren, dan is er niets aan de hand en is de inteelt
succesvol. Maar wat als het ziekten betreft? Een gebitsfout
of cryptorchidie behoort niet eens tot de meest ernstige
afwijkingen, maar bedenk dat ziekten zoals hartafwijkingen,
epilepsie of andere akelige eigenschappen, maken dat het
voltallige nest een kort of ziekelijk leven is beschoren.
Inteelt maakt dat de dieren meer homozygoot dan heterozygoot
worden, maar het veroorzaakt eveneens dat bepaalde
eigenschappen eronder kunnen lijden. Eigenschappen zoals
levensvatbaarheid en voortplanting zijn hiervan een
voorbeeld. Inteelt vergroot de kans op minder grote nesten,
dus een mindere vruchtbaarheid. Ook het sterftecijfer onder
de pups is hoger. Het zelfde geldt voor een algemene afname
van weerstand tegen ziekten; een afname van lichaamsgrootte
en ook verandering van gedrag kan plaatsvinden.
Eigenschappen die het ras qua bouw en type bevorderen,
kunnen door inteelt worden vastgelegd en dus het ras ten
goede komen; echter onder de voorwaarde dat men inteelt op
voorouders die in deze opzichten uitmuntend waren, van wie
bekend is dat ze geen kwalijke eigenschappen doorgaven en
uitmuntende nakomelingen hebben gegeven. De nadruk kan er
niet sterk genoeg op worden gelegd: inteelt brengt risico’s
met zich mee en naarmate de inteelt sterker is wordt het
risico groter.
Lijnteelt
Lijnteelt houdt in dat we fokken met
dieren die minder aan elkaar verwant zijn dan bij inteelt.
Bijvoorbeeld een verwantschap in de derde of vierde graad.
Uiteindelijk komen beide manieren van fokken overeen en er
is slechts een verschil in gradatie. De risico’s bij
lijnenteelt zijn minder groot, maar ook hier kunnen
recessieve problemen zich op elk niveau voordoen. Lijnteelt
moet slechts worden toegepast met zeer goed verervende
dieren en via goede voorouders. Men moet er voor waken dat
het geen lijnteelt wordt, waarbij zoveel honden tegelijk
betrokken zijn dat de uiteindelijke doelstelling
tegenstrijdig wordt en men door de bomen het bos niet meer
kan onderscheiden. Door gelijke types met elkaar te paren
zullen de nakomelingen bij lijnteelt steeds meer op elkaar
gaan lijken. Door een goede kennis van de afstamming en de
eigenschappen van de voorouders, kan lijnteelt succesvol
uitpakken. Het is van belang een programma van lijnteelt
door te zetten totdat er succes wordt geboekt of totdat zich
duidelijke problemen gaan voordoen. Ligt het doorzetten van
lijnteelt niet in de planning dan is deze manier van fokken
nutteloos en is het niet de moeite waard om de risico’s aan
te gaan. Ook hier geldt dat kennis van het ras, de
eigenschappen van het ras en de individuele betrokken honden
onmisbaar is.
Outcross
Outcross of (uit)kruising wil zeggen
dat men twee dieren aan elkaar paart die geen onderlinge
verwantschap hebben in de laatste 4 generaties. Wel kan het zo zijn dat één of beide
dieren zelf afkomstig zijn uit een lijnteelt of een
inteeltparing. Outcross, het zogenaamde verse bloed dat
nodig is om een lijn of ras gezond te houden, is onmisbaar
in de fokkerij. Er zijn verschillende redenen om outcross
toe te passen. Soms is het nodig om bepaalde eigenschappen
die in een inteelt of lijnteelt in de fokkerij geslopen zijn
kwijt te raken. Daarvoor gebruikt men outcross. De
uitkomsten van een outcross zijn minder voorspelbaar, maar
kan vaak prima resultaten geven en zeker in een eerste
generatie veel goede exemplaren voortbrengen. Eigenschappen
wat betreft gezondheid, vruchtbaarheid en nestgrootte
kunnen worden bevorderd. Recessieve eigenschappen kunnen
minder snel tot uiting komen, maar dat hangt mede af van de
veelvuldigheid van het voorkomen van de genen die deze
(ongewenste) eigenschappen veroorzaken. Als beide dieren een
aantal gelijke recessieve eigenschappen bezitten, dan zullen
ook deze eigenschappen naar voren komen. Ook hier geldt: de
goede én de slechte eigenschappen! Outcrossen zonder de
eigenschappen van beide dieren te kennen, betekent niet
automatisch dat men zonder risico kan fokken. Kennis van
zaken ligt aan de basis van iedere gezonde fokkerij,
ongeacht welke manier van fokken er wordt toegepast. Wat
betreft de fokwaarde is de bruikbaarheid van outcrosshonden
minder groot dan van honden die gefokt zijn door inteelt of
lijnteelt. Bij outcross worden dieren met elkaar gekruist
die elkaar compenseren met betrekking tot specifieke
eigenschappen. Het is geen methode die tot het creëren van
een vaststaand type leidt. De gelijkenis met de ouders
blijft vaak beperkt tot het uiterlijk, maar geeft geen
garantie op de fokwaarde.
PAGE UP
 |
This
website was first launched in 1998 - If you have
questions about this site or corrections, please
mail the webmaster
©
Pride webdesign 2011 -
W.R. Tilstra -
Of Kimberly's Pride
-
dogpride@chello.nl |
|