|
Van loopsheid tot geboorte
De loopsheid
De
eerste loopsheid van een teef vindt plaats ergens tussen de
7 en 15 maanden. Dit verschilt aanzienlijk per teef en is
niet te voorspellen. Vaak wachten teven uit een zelfde
kennel op elkaar en zal de ene teef eerder en de andere teef
wat later loops worden. Ook de tussen-loopse periodes kunnen
variëren van 4 tot zelfs 9 maanden. Dit heeft niets met de
vruchtbaarheid van de teef te maken.
Een normale loopsheid
De
periode van de loopsheid kan in drie verschillende fasen
verdeeld worden. Als eerste begint de loopsheid met de
pro-oestrus, dat wil zeggen dat er een rode uitvloeiing
start, die over het algemeen begint met enkele druppels en
geleidelijk aan heftiger wordt. De uitvloeiing is zeer
donkerrood tot bijna zwart gekleurd en neemt langzaam af in
intensiteit tot de kleur zeer licht roze is. De vulva van de
teef begint langzaam te zwellen, met als hoogtepunt de dag
dat de teef dekrijp is, waarna de zwelling afneemt. Deze
fase is per teef verschillend maar kan geschat worden tussen
dag zeven tot dag zeventien en in een enkel geval zelfs
meer. Tijdens deze periode komt een aantal eicellen tot
rijping onder invloed van het F.S.H. (Follikel Stimulerend
Hormoon). Het lichaam gaat het follikel hormoon produceren -
beter bekend als oestrogeen – waardoor er een verandering
ontstaat van de baarmoederwand. De baarmoederwand, de vagina
en de vulva verdikken zich en door het barsten van de tere
bloedvaatjes in de baarmoeder- en vaginawand ontstaat de
rode afscheiding. Aan het einde van de pro-oestrus begint de
teef aantrekkelijk te worden voor reuen, maar zal een
dekking nog niet toelaten. Na deze fase komt de teef in de
tweede periode van de loopsheid, de oestrus. De follikels
zijn gerijpt en opengebarsten; de ovulatie is begonnen. De
levensduur van een eicel is ongeveer zes uur, maar niet alle
eicellen zijn tegelijkertijd rijp.
Een gespleten loopsheid
Bij
een normale loopsheid duurt deze gemiddeld 21 dagen en is de
teef ergens tussen dag 10 en 15 dekrijp. Maar ook komt het
voor dat een teef enkele dagen loops is en dan stopt om een
week, of soms zelfs 2 weken, later de loopsheid weer op te
nemen. Ook komt het voor dat een teef een veel langere
loopsheids duur heeft en de dekrijpheid dus ook veel later in
deze periode plaats vind. Vaak zal de teef stijgen in het
progesteron gehalte en gewillig worden rond een dag of 12,
maar dan zakt het progesteron gehalte weer, of blijft
stilstaan, waardoor er geen eisprong plaats vind. Dit noemen
we een gespleten loopsheid. Als de fokker dit niet in de
gaten heeft zal de teef gedekt worden rond deze 12e dag en
leeg blijven. Zelfs als de teef een week later weer gewillig
wordt zal de fokker dat over het hoofd kunnen zien of er
niet bij stil staan. Menige teef is op deze manier leeg
gebleven. Het is aan te raden om het progesterongehalte te
laten testen en bij twijfel opnieuw een test te laten
afnemen op het moment dat de teef weer gaat staan. Niet
alleen om de teef alsnog opnieuw te laten dekken, maar zeker
ook om ongewenste dekkingen te weren. Er zijn voldoende
dekkingen bekend met prachtige resultaten op dag 22, 23 en
zelfs 24, geteld vanaf dag 1 van de loopsheid. Zeker als u
ver moet rijden voor de reu valt een progesterontest aan te
bevelen. Ook is het verstandig om bij het teefje op dag 1
van de loopsheid een uitstrijkje af te nemen in verband met
een eventuele bacteriële infectie (E-coli) in de baarmoeder.
De teef krijgt dan een antibiotica kuur mee (een 10 daags
kuurtje) van de dierenarts dat gestopt wordt voordat de
dekking plaats vind, ook als de kuur nog niet af gemaakt is.
De dekking

Even kennismaken |

Een geslaagde dekking / koppeling |
Tijdens de hele oestrus periode kunnen de eicellen ovuleren
en zal de teef de reu toelaten. Ook deze periode verschilt
per teef. De ene teef zal de reu een dag of drie toelaten,
de andere houdt het binnen een dag voor gezien. Dekkingen
door verschillende reuen in deze periode kunnen pups
opleveren van verschillende vaderdieren. Tijdens deze
periode begint het lichaam met het vormen van een ander
hormoon, progesteron. Een correct tijdstip voor de dekking
kan verkregen worden door bloedonderzoek bij de teef. De
dierenarts zal om de dag een klein beetje bloed af nemen om
het progesterongehalte te meten. Dit onderzoek kan erg
handig zijn als de teef ver weg moet voor dekking of als de
uiterlijke (gedrags)kenmerken slecht te zien zijn. Bij teven
die bij een eerdere dekking leeg zijn gebleven (d.w.z. niet
drachtig zijn geworden), valt deze methode aan te raden,
omdat het leeg blijven geregeld te maken heeft met een
verkeerd tijdstip van dekking. Na een geslaagde dekking
blijven de reu en teef gekoppeld. Ook het koppelen is van de
ene dekking tot de andere verschillend van duur en kan
variëren van een paar minuten tot zelfs 45 minuten en
langer. Ook als 2 honden niet koppelen na een dekking kan de
teef bevrucht zijn en een normaal nest krijgen, maar een
goede koppeling bied toch meer zekerheid.
Uiteindelijk belandt de teef in de laatste fase van de
loopsheid, de met-oestrus. Op dit moment is er een grote
concentratie progesteron in het lichaam aanwezig. Dit
hormoon bevordert een eventuele dracht: de uteruswand wordt
voorbereid op de implantatie van de vrucht, de spierspanning
van de uterus vermindert en in samenwerking met prolactine
zorgt het voor een beginnende ontwikkeling van de
melkklieren.
De dracht
Na de dekking bewegen
de bevruchte eicellen zich in de richting van de
baarmoederwand en zullen daar vijf tot acht dagen later
aankomen, om zich rond de 17e dag vast te
hechten. De baarmoeder van de hond bestaat uit twee parallel
liggende hoorns; in elk van de beide hoorns zullen de eitjes
zich hechten en gaan de pups groeien. De eerste vier weken
van de dracht verloopt de groei van de foetus zeer langzaam
en zijn er weinig tot geen uiterlijke veranderingen bij de
teef merkbaar. Sommige teven worden aanhaliger; anderen zijn
wat lusteloos. In een enkel geval voelt de teef zich niet
lekker, heeft weinig eetlust en kan met regelmaat spugen.
Sommige teven gaan er wat grillige eetgewoonten op na
houden; soms willen ze niets, een andere keer blijven ze
hongerig snaaien en zelfs voedsel stelen indien mogelijk.
Deze eetgewoonten veranderen over het algemeen rond de zesde
week van de dracht. Het spugen is voorbij en vanaf dat
tijdstip zal ze steeds meer voedsel willen, vaak tot een
derde meer dan normaal. Een zekerheid over de dracht valt
echter pas te verkrijgen vanaf de 28e dag na de
dekking door middel van een echoscopie.

De echo
Rond de vierde en
vijfde week beginnen de melkklieren zich zichtbaar te
ontwikkelen. De tepels worden groter, zachter en donkerder.
Tegen de zevende week worden de tepels zo groot, dat ze
uiteindelijk zwaar gaan hangen. Er kan wat waterige melk uit
de tepels komen; de beharing rondom de tepels en over de
buik valt geheel uit. In de tepels bevinden zich propjes die
de teef beschermen tegen tepelontsteking. Het is aan te
bevelen niet in de tepels te knijpen en zo deze beschermende
propjes eruit te drukken. In de vijfde week van de dracht
heeft de embryo 1 % van het geboortegewicht. In deze periode
zijn bij tengere, ontspannen teven de embryo’s die als
koffiebonen vlak achter de ribben liggen voelbaar. Deze
handeling is moeilijk uit te voeren bij dikkere, grote
teven. Rond deze tijd wordt ook een lichte uitzetting van
het lichaam zichtbaar.

Week 5: een lichte
uitzetting van het lichaam |

Week 6: een klein
buikje wordt zichtbaar |
De grootste verandering
vindt plaats rond de 42e dag, vooral als de teef
veel pups draagt. Door de enorme uitzetting van de beide
baarmoederhoornen zullen deze dubbelvouwen, waardoor de teef
een drastische verandering ondergaat. Ze is nu duidelijk
zichtbaar drachtig.

Zichtbaar drachtig - week 8
(een nest van 8 pups)
Tegen de 50e
dag wordt het been gevormd. Omstreeks deze tijd kan men de
pups zien bewegen als de teef ontspannen ligt. De teef
begint zichzelf in acht te nemen; het stoeien met andere
honden is (meestal) van de baan en ze zal minder
lichaamsbeweging eisen. Het is belangrijk de dagelijkse
wandelingen korter te maken, maar er wel voor te zorgen dat
de hond voldoende beweging blijft houden. De totale dracht
duurt 63 dagen, maar het is niet ongewoon dat teven al vanaf
de 58e dag, of pas op de 65e dag
werpen. Bij een draagtijd onder de 56-58 dagen spreekt men
van een vroeggeboorte of abortus. De pups zijn niet
levensvatbaar. Is de draagtijd langer dan 67 dagen dan
bestaat het gevaar dat de pups zo groot zijn geworden dat de
teef ze niet meer kan uitdrijven en een keizersnee
noodzakelijk wordt.
De geboorte

Een
naderende geboorte kondigt zich meestal aan met het onrustig
zoeken van de teef naar een plek om haar jongen te kunnen
werpen. Sommige teven worden erg rusteloos, proberen holen
in de tuin te graven en kranten of doeken te versnipperen om
een nest te bouwen. Toch kan de daadwerkelijke geboorte nog
dagen op zich laten wachten. De meeste teven zullen vanaf
ongeveer 24 uur voor het werpen weinig tot geen voedsel meer
tot zich nemen. Ze willen vaker naar buiten om de darmen
goed te legen en het rusteloos zoeken verandert in een
absolute rustperiode. De lichaamstemperatuur daalt met een
hele graad en zelfs meer. Op dit tijdstip kan het werpen bij
benadering worden uitgerekend door de teef regelmatig op
temperatuur te controleren. Enkele uren voor de geboorte zal
de temperatuur weer langzaam stijgen tot het normale. Dit
gedrag lijkt op het totaal stilleggen van de motor voor een
laatste onderhoudsbeurt, alvorens langzaam in kracht toe te
nemen en op volle toeren te draaien op het tijdstip van de
geboorte. In de diergeneeskunde gaat men er vanuit dat het
werpen begint met de eerste sterke perswee. Vanaf dat
tijdstip moet de teef binnen een uur of sneller de eerste
pup werpen. In de eerste fase van het werpen wordt de vulva
dik en vochtig en verwijdt zich. Er komt een dikke
afscheiding uit en het kan gebeuren dat de teef wat
vruchtwater verliest. De hormonen zorgen ervoor dat de
baarmoederhals zich verwijdt en de pups in de juiste positie
komen te liggen om af te dalen langs de baarmoederhoornen.
Dit kan met het kopje naar beneden, maar ook in
stuitligging. Vlak voor de geboorte komt er een golf
vruchtwater naar buiten (vruchtwater bij honden is
heldergroen van kleur), vrij spoedig gevolgd door een in het
vruchtvlies gehulde pup. De pup is met de navelstreng aan de
placenta verbonden die op een later tijdstip naar buiten
komt. Dit kan direct na de geboorte zijn, of vlak voor de
volgende geboorte. Het valt aan te bevelen het aantal
placenta’s in de gaten te houden en te tellen. Dat is niet
altijd gemakkelijk omdat de teef de placenta’s vrij snel op
kan eten, zelfs uit de vagina kan vreten waardoor ze
onzichtbaar blijven voor de fokker. Toch is deze controle
belangrijk, om er zeker van te zijn dat geen placenta’s in
de baarmoeder achterblijven. Deze kunnen de teef een enorme
baarmoederontsteking bezorgen, waar ze behoorlijk ziek van
kan worden. Na de geboorte zal de teef de navelstreng
doorbijten en de pup uit de vliezen bevrijden, waarna hij
zijn longen zal gaan gebruiken en de ademhaling op gang
komt. Dit wonderlijke wezentje vindt over het algemeen zelf
direct zijn weg naar de tepels om daar heerlijk te gaan
liggen sabbelen.
Veel teven van het Witte Herderras kunnen een geboorte
zelfstandig en zonder hulp klaren. Dit is echter niet altijd
het geval. Vergelijkingen met teven die zonder de nabijheid
van de fokker werpen en teven die de steun en eventueel
nodige hulp van de fokker krijgen, laten zien dat de
geboortesterfte bij de eerstgenoemde categorie gemiddeld 20%
hoger ligt. Hulp kan op ieder moment nodig en levensreddend
zijn. Het kan zijn dat de teef de navelstreng niet doorbijt
en de pup in de vliezen laat liggen. Op dat moment moet de
fokker deze pup helpen om te voorkomen dat de pup sterft aan
zuurstofgebrek. Meestal neemt de teef bij een volgende pup
zelf de draad weer op en heeft ze geen hulp nodig. Over het
algemeen worden de pups met een tussenpose van 20 minuten
tot een uur geboren. Soms kan het wat langer duren, maar als
de teef rustig ligt en geen persweeën heeft is dat niet
verontrustend. Blijft de geboorte van een pup langer dan
twee uur achterwege en is de teef onrustig dan kan het zijn
dat de pup niet door de baarmoederhals kan komen. Ook kan
het gebeuren dat een dode pup in de baarmoederhals de weg
belemmert voor een volgende pup. Snelle hulp is hier geboden
wil men niet het risico lopen om één of meerdere puppen te
verliezen. Het valt aan te bevelen de dierenarts zo snel
mogelijk te waarschuwen, zodat hij door middel van het
toedienen van een Pythonspuit de weeën kan versterken en
weer op gang kan brengen. Is dit niet het geval, dan is
ingrijpen noodzakelijk en zal de dierenarts een keizersnee
moeten toepassen.
Weeënzwakte
Weeënzwakte kan een erfelijke afwijking zijn, maar dat is
lang niet altijd het geval. Ook de leeftijd van de teef kan
een rol spelen, maar ook een erg groot- of erg klein aantal
pups kan een oorzaak zijn Er zijn twee soorten weeënzwakte.
Primaire weeënzwakte: de teef begint niet met werpen
ofschoon de dag dat ze is uitgeteld ruim voorbij is gegaan.
Dit kan verschillende oorzaken hebben. Het kan zijn dat de
teef erg weinig pups of slechts één pup heeft, waardoor de
weeën niet op gang komen. Ook kan het zijn dat de teef
zoveel pups heeft dat de rekbaarheid van de baarmoeder zo
gering wordt, dat ook hier de weeën niet goed op gang komen.
Er
kunnen ook lichamelijke oorzaken zijn. De teef kan een
misvormd bekken hebben – vaak na een ongeluk of trauma –
waardoor de geboorteweg niet ruim genoeg is. Ook is het
mogelijk dat de baarmoedermond niet goed ontsluit of dat er
onvoldoende versoepeling van de geboorteweg is. Een te
actieve baarmoeder kan de uitdrijving belemmeren omdat de
activiteit niet goed gecoördineerd verloopt, de baarmoeder
krampachtig samentrekt, waardoor er zuurstofgebrek kan
optreden, daar de placenta’s een verslechterde doorbloeding
krijgen. In deze gevallen is een keizersnee de enige manier
om de pups van een wisse dood te redden.
Secundaire weeënzwakte: er zijn al enige pups geboren en
de teef stopt met werpen. De teef kan na de geboorte
van enkele pups oververmoeid zijn geraakt en haar pogingen
tot het uitpersen staken.
Het
kan voorkomen dat een pup een zijligging, een dwars- of
rugligging heeft. Ook een afwijkende ligging van de
ledematen kan voorkomen. Meestal is deze verkeerde ligging
het geval bij pups die reeds dood zijn nog voordat de
geboorte heeft aangevangen. Ook hier is een keizersnee de
enige manier om de pups, en vaak ook de moederhond, van een
wisse dood te redden.
Problemen in de eerste weken

Eclampsie
Eclampsie wordt ook wel moederwaanzin
genoemd, de moeder klimt als het ware tegen de muren op en
kan bij onoplettendheid van de fokker de pups beschadigen en
zelfs doodbijten! Door een tekort aan calcium bij een
zogende teef, of een tekort of een onjuiste calcium/fosforverhouding in het voedsel kan eclampsie
optreden. Een aanval van eclampsie komt meestal voor tussen
de tweede en de derde week van het zogen, wanneer de puppy's
veel beginnen te drinken. De hond wordt rusteloos en geeft
geen melk meer. De teef begint haar
interesse voor de pups te verliezen en geeft geen melk meer.
Daarna gaat de teef rillen en shaken, ze krijgt hoge
koorts, waarna ze verstijfd en een starre blik krijgt. Ze
kan op de grond vallen en een epileptische krampaanval
krijgen. De krampen kunnen verscheidene uren duren en de
sterfte bij voor de eerste keer werpende teven is zo'n 10
tot 30 %. Waarschuw onmiddellijk de dierenarts die de hond
een spuit met calcium en een kalmeringsmiddel kan geven. Ook
dekken we de teef op het hoofd en hals met een vochtige
doek en houd deze doek vochtig, maar let wel op voor
onderkoeling van de teef en zorg dat u zo snel als mogelijk
bij de dierenarts komt. Grijpt men niet op tijd in, dan kan
de hond in coma raken en sterven. Tegenwoordig komt eclampsie niet meer zo
veel meer voor door de betere samenstelling van het huidige
hondenvoer, belangrijk is dus om te zorgen dat de teef
voldoende en goede voedingstoffen binnen krijgt. Eclampsie
komt vaker voor bij kleine rassen, maar kan ook voorkomen
bij onze Witte Herder.
Fading Puppy Syndroom
Na
de geboorte moet er worden gekeken of alle puppen intact
zijn. Alle openingen van de pup moeten open zijn (anus e.d);
het gehemelte moet gesloten zijn, de longetjes vrij van
vocht (vruchtwater) en de pups moeten worden gewogen. Het
gemiddelde geboortegewicht van de Witte Herder ligt tussen
de 400- en 550 gram. Eventuele wolfsklauwtjes moeten binnen
drie dagen na de geboorte worden verwijderd. Het Fading
Puppy Syndroom (puppysterfte syndroom) is een verzamelnaam
van een aantal aandoeningen die tot puppysterfte leiden. In
het geval van puppysterfte overlijdt 28% van alle levend
geboren pups in de eerste week na de geboorte, 10 % in de
tweede week. Verschillende redenen zijn hiervan de oorzaak.
Te denken valt aan aangeboren afwijkingen, een gespleten
gehemelte, onderontwikkelde organen, afwijkingen van het
hart en de bloedvaten, hemofilie, skeletafwijkingen,
gesloten openingen, zoals bijvoorbeeld de anus of vernauwing
van de slokdarm. Ook niet aangeboren afwijkingen kunnen hun
tol eisen.
Onderkoeling
De
temperatuur in en om de werpkist moet in de eerste
levensdagen 25 tot 28 ºC bedragen en kan geleidelijk worden
verlaagd naar 25 ºC a 23 ºC op tien dagen na de geboorte
(afhangend van de grootte en gezondheid van de pups), tot 18 –
20 ºC op 25 dagen na de geboorte. De luchtvochtigheid moet
op 55-60 % worden gehandhaafd wil men de lichaamtemperatuur
handhaven op 39 ºC. Na 3 weken kan de luchtvochtigheid naar
normaal (45%) worden terug gebracht.
Ondervoeding:
Door de pups onmiddellijk na de geboorte bij de moeder aan
te leggen om te drinken krijgen ze een zo groot mogelijke
hoeveelheid colostrum binnen. Deze eerste moedermelk levert
de pup de onontbeerlijke antistoffen op om beschermd te zijn
tegen infecties van buitenaf. Een pup die niet wil drinken
kan een te laag bloedsuikergehalte krijgen met als gevolg
onderkoeling. Is de teef niet in staat om voor één of
meerdere pups te zorgen; of is een pup te zwak om
zelfstandig te drinken, dan is ingrijpen noodzakelijk. Er
zijn verschillende hoogwaardige producten in de handel die
de tevenmelk kunnen vervangen. Volle koemelk is ongeschikt
als vervangende tevenmelk door een ontoereikend eiwit- en
vetgehalte en een te hoog suikergehalte. Geitenmelk is een
uitstekend vervangingsmiddel!
Melkvergiftiging
Men
veronderstelt dat een tweetal redenen oorzaak kunnen zijn
voor melkvergiftiging. De voornaamste reden is vaak een
baarmoederontsteking van de moeder, waardoor er bacteriën in
het bloed en in de melk kunnen komen. Ook door het voor de
geboorte geven van te veel mineraalrijk en ruw vezelarm voer
aan de teef, kan de darmwerking worden vertraagd en kunnen
er rottingsbacteriën in het bloed en in de melk komen.
Melkvergiftiging veroorzaakt bloedvergiftiging bij de pups.
Tenzij er onmiddellijk wordt ingegrepen zullen de pups
sterven. Verschijnselen bij de pups zij n groene diarree,
een rode en gezwollen anus, braken en uitdroging en een
onophoudelijk klagelijk piepen. Sterfte kan optreden binnen
36 uur.
Infectueuze oorzaken van puppysterfte

Het
onophoudelijk huilen/piepen van een pup, die daarbij
doelloos door het nest kruipt kan een aanwijzing zijn dat er
iets ernstig mis is met de pup. Gezonde pups huilen alleen
wanneer de moederhond op ze gaat zitten, of als ze te koud
of te warm liggen. Het huilen van een zieke pup is vaak
hartverscheurend en gaat door merg en been. De
ogenschijnlijke gezonde pup verandert ineens van gedrag,
gooit het kopje van links naar rechts en is onophoudelijk in
beweging door de kist. Het wil niet meer drinken en jammert
aan één stuk door; hetgeen de moederhond wanhopig maakt.
Infecties kunnen hiervan de oorzaak zijn. Vooral zwakkere
pups zijn gevoelig voor infecties, vaak veroorzaakt door
virussen of bacteriën.
Virusinfecties
Hondeziekte of distempervirus. Dit virus leidt over het
algemeen tot abortus of niet levensvatbare pups. Dit virus
kan worden teruggedrongen tot een uiterst zeldzaam
voorkomende ziekte door de teef tijdig te enten.
Parvo. Dit virus is nog niet eens zo heel lang
bekend. Pas in 1979 spreekt men voor het eerst over het
dodelijke parvovirus. Als een pup besmet raakt met dit virus
is het waarschijnlijk dat alle nestgenoten ook ziek worden;
het virus is vrijwel altijd dodelijk voor de zeer jonge
puppen die nog in het nest vertoeven. Door de teef goed te
vaccineren zijn de puppen over het algemeen goed beschermd
tegen deze ziekte doordat ze via de melk voldoende
antistoffen meekrijgen. Pups die met de fles worden
grootgebracht zijn aanzienlijk vatbaarder. De incubatietijd
van de ziekte loopt van 7 tot 14 dagen. Het virus wordt
overgebracht via de ontlasting van zieke of herstellende
dieren. De ziekte kan ook worden overgedragen via de kleding
en/of schoeisel. Meestal treedt de infectie op bij pups rond
de vijf à zes weken, op het moment dat de pup minder
afweerstoffen bezit. De meeste pups sterven binnen vijf
dagen; een pup die de ziekte overleeft scheidt het virus
gedurende drie à vier weken via de ontlasting uit.
HCC-virus of Hepatitis Contagiosa Canis. Het
HCC-virus is één van de meest voorkomende virussen die
puppysterfte veroorzaken. Bij de drachtige teef kan abortus
optreden. Pups sterven vaak binnen enkele uren zonder
waarneembare symptomen. Genezing is zeldzaam, daar men over
het algemeen te laat in kan grijpen, zeker in gevallen van
acute aard. Bij genezing doen zich vaak verschijnselen van
vertroebeling van het netvlies voor (oogafwijking). Door een
goed entingsprogramma van de moederhond kan de ziekte zo
goed als voorkomen worden.
Bacteriële infecties
Naast aangeboren afwijkingen vormen bacteriële infecties de
belangrijkste oorzaken van puppysterfte. Verschillende
bacteriën kunnen hier de boosdoener zijn. Om er enkele te
noemen: Streptokokken, Staphylokokken, Salmonella, Brucella
en de E-coli. De E-coli bacterie bevindt zich vaak rustend
in de baarmoeder van de teef en is een veel waargenomen
verschijnsel, vooral in grotere kennels met meerdere teven.
Door middel van een uitstrijkje op de eerste dag van de
loopsheid, kan de besmette teef worden gedetecteerd en een
antibioticakuur krijgen. Besmette teven die geen kuur
ondergaan, kunnen resorptie, abortus of een hoog aantal -
tot een totaal nest - doodgeboren pups krijgen.
Brucella. Brucellosis is een zeer besmettelijke
ziekte en van bijzonder ernstige aard. De bacteriën worden
overgebracht door besmet vlees en de ziekte is over het
algemeen dodelijk, zeer zeker voor pups. Zij zullen binnen
een paar uur sterven. Bij de drachtige teef leidt Brucella
tot abortus, vroeggeboorte of zelfs tot het overlijden van
de teef.

PAGE UP
 |
This
website was first launched in 1998 - If you have
questions about this site or corrections, please
mail the webmaster
©
Pride webdesign 2011 -
W.R. Tilstra -
Of Kimberly's Pride
-
dogpride@chello.nl |
|